Frans
Helsen werd geboren te Eindhout op 14 juli 1886. Hij was de zoon van de
vroegere burgemeester, Jozef Helsen. Hij was landbouwer en woonde te Ham. Na
zijn huwelijk op 7 april 1919 met Maria Carolina Verbist geboren te Retie op
29 september 1893, kwam hij aan de kost als handelaar. Het echtpaar ging
wonen aan de Meir. Frans Helsen was handelaar in meststoffen en
vertegenwoordigde in de Katholieke Partij de belangen van boeren en
middenstand, tegenover Alfons Belmans, die de belangen van de arbeiders
behartigde. Op 5 januari 1939 legde hij de eed af van raadslid en werd tot
schepen verkozen. Pas op 19 mei 1939 werd Frans Helsen tot burgemeester
benoemd; de eedaflegging gebeurde op 27 mei. Tussen 5 januari en 27 mei 1939
werd geen gemeenteraad gehouden. Waarom de benoeming zo lang aansleepte, is
niet geweten. Op 9 juni 1939 werd beslist het burgerlijk ereteken tweede
klas uit te reiken aan Alfons Sels, als 25-jarig muziekleider van de fanfare
"De Vrede". Nog op die raadszitting nam Frans Van Dingenen ontslag als
schepen. Oud-burgemeester Alfons Belmans, lid van de oppositie werd gekozen
met vijf stemmen tegen vier ten nadele van Corneel Van Elven. Daarna stond
eerste schepen René Dassen zijn voorrang af en werd Alfons Belmans eerste
schepen. Het verslag van die raad besluit als volgt : "na een kort incident
tussen den heer burgemeestervoorzitter en de eerste schepen (Belmans) werd
de zitting gesloten". De verkiezing van Belmans tot schepen werd mogelijk
door de bemiddeling van onderpastoor Peeters en waarschijnlijk ook onder
druk van de christelijke vakbondsleiding. Op 26 december 1940 zou Belmans
zijn ontslag als schepen en raadslid indienen. De vakbonden werden door de
Duitsers ontbonden. Hier door werd Belmans beroofd van zijn broodwinning.
Daarom werd hij door de gemeente aangeworven als bediende van de
rantsoeneringdienst. Hij bleef in functie tot hij in 1941 moest onderduiken
en vervangen werd door Frans De Jong. Op 13 juni 1940 vond de eerste
gemeenteraad plaats sinds het uitbreken van de oorlog. "Aangezien de
bezetting der gemeente van aard is om het innen der belastingen thans zeer
te bemoeilijken", werd een thesaurielening van 11.000 fr. aangegaan. Op 6
juni 1940 besloot de Bestendige Deputatie het barema van steunuitkeringen
aan arme mensen te verlagen. Het barema werd dan te Eindhout als volgt
vastgelegd : dagelijks 5 fr. voor het gezinshoofd; 2 fr. voor de echtgenote
en kinderen ten laste. Weduwe ontvingen ook de hoofdsteun van 5 fr. Die
sommen werden echter nog verminderd als mensen in bezit waren van vee. Het
bezit van twee koeien impliceerde dat geen steun werd verleend tenzij er
personen in het gezin opgeroepen waren om legerdienst te doen. |